backgroundtop
Logo van deblessure.nl
     facebook twitter  
Label DeBlessure.nl
DE BLESSURE / DE BOTTEN

DE BOTTEN

De botten in het lichaam worden gezamenlijk het skelet of het geraamte genoemd. Bot is een hard beenweefsel dat onder andere uit collageen en calcium bestaat. Collageen is een lijmvormend eiwit dat een belangrijk deel is van bindweefsel in het lichaam. Cacliumverbindingen vormen de basis van botten en tanden.

 

Ondanks dat botweefsel hard is, is het ook dynamisch. Door invloeden als druk- en trekkrachten wordt het bot continue geremodelleerd door de opbouw en afbraak van het botweefsel. Tijdens de groei van het lichaam ondergaan de botten een grote verandering in hun vorm.

 

De functie van de botten in het lichaam is het ondersteunen van lichaamsstructuren, het beschermen van de organen en bewegingen mogelijk maken. In het beenmerg dat zich in botten bevindt worden nieuwe bloedcellen aangemaakt. Daarnaast worden in het bot mineralen opgeslagen.

 

Er zijn drie soorten botten in het lichaam te onderscheiden:

1. Platte beenderen zijn plat en vaak breed. Voorbeelden van deze beenderen zijn onder andere de hersenschedel, de schouderbladen, het heupbeen, de ribben en het borstbeen

2. Pijpbeenderen zijn lang en dun en van binnen hol. Voorbeelden van deze beenderen zijn onder andere het scheenbeen, het dijbeen en de vingerkootjes

3. Onregelmatige (korte) beenderen zijn in alle richtingen ongeveer even groot

 

Pijpbeenderen zijn in te delen in diafyse en epifyse. De diafyse is de schacht van het bot en is

hol en bestaat uit compact bot dat de mergholte omgeeft. De epifyse zijn de uiteinden van de pijpbeenderen. De buitenste laag bestaat uit compact bot en binnenin zit spongieus bot. Aan het uiteinde van het botgedeelte zit een laag kraakbeen (gewrichtskraakbeen). De epifysairschijf (epifysaire lijn) is het gedeelte dat de schacht van de kop scheidt en deze epifysairschijf zorgt ook voor de lengtegroei.

 

Er kunnen diverse klachten aan bot voorkomen zoals een breuk van het bot, botontkalking (osteoporose), osteomyelitis of de ziekte van Paget.

 

Botbreuk

Er zijn verschillende soorten botbreuken (fracturen) mogelijk. Een klein scheurtje in het bot heet een fissuur. Fracturen kunnen tot meerdere breuken of zelfs verbrijzeling voorkomen. Een fractuur ontstaat meestal door een trauma zoals een val of komt voor bij een verzwikking van een gewricht. Daarnaast kan een fractuur spontaan optreden als het bot verzwakt is, zoals bij botontkalking (osteoporose). Er zijn aangeboren afwijkingen waarbij spontane botbreuken voorkomen.

 

Het is ook mogelijk dat er een vermoeidheidsbreukje (stressfractuur) optreedt door herhaaldelijke (over)belasting op het bot. Een bekende stressfractuur komt onder andere bij hardlopers en wandelaars voor in de middenvoetsbeentjes. Dit wordt een marsfractuur genoemd.

 

Een fractuur die alleen bij kinderen voorkomt is een twijgbreuk (greenstick fractuur). Bij deze breuk is er sprake van een gedeeltelijke barst en bocht in het bot. Het bot is geknakt, maar niet gebroken.

 

Er zijn verscheidene indelingen van breuken te maken. De eenvoudigste indeling is echter die tussen stabiele en instabiele fracturen. Bij instabiele fracturen bestaat de mogelijkheid dat het ernstiger wordt als de delen niet gefixeerd worden. Bij stabiele fracturen is hier geen sprake van.

 

Symptomen

Bij het oplopen van een fractuur kan er gevoeld of gehoord worden dat het bot knapt. Het aanraken van de gebroken plek is vaak zeer pijnlijk. Er kan een zwelling op de plaats van de fractuur ontstaan en er kan een misvorming te zien zijn. Het bewegen of belasten van het gebroken lichaamsdeel kan moeizaam of onmogelijk zijn door de pijn. Er kan een raspend gevoel aanwezig zijn als de gebroken delen langs elkaar schuren.

 

Onderzoek en diagnose

Op basis van het vraaggesprek over de ontstaanswijze en de aanwezigheid van de klachten samen met het lichamelijk onderzoek kan vermoed worden dat er sprake is van een fractuur. Dit vermoeden kan met behulp van röntgendiagnostiek bevestigd worden.

 

Behandeling

Het is belangrijk  het gewonde gebied te ondersteunen. Dit kan met hulpmiddelen als een spalk of mitella gebeuren. In het ziekenhuis zullen vervolgens maatregelen genomen worden. Afhankelijk van de breuk zal een interventie worden gestart. De behandeling kan bijvoorbeeld bestaan uit het repositioneren of immobiliseren van de fractuur.

 

Bij het repositioneren worden de gebroken botdelen weer tegen elkaar geplaatst. Meestal zijn de losse botdelen over elkaar heen geschoven. Bij kleine breuken, zoals een fissuur of avulsie, is repositioneren niet nodig.

Nadat de gebroken botdelen op de juiste manier tegen elkaar zijn geplaatst worden deze geïmmobiliseerd. Als er meerdere delen gebroken zijn, dan kan een operatie noodzakelijk zijn om de delen bij elkaar te houden.

 

Tegenwoordig zijn er verscheidene manieren om een fractuur te immobiliseren. Immobiliseren met behulp van een gipsverband is de meest voorkomende behandelvorm bij fracturen. Dit gipsverband moet, afhankelijk van de aard en ernst van de breuk, een aantal weken gedragen worden.

Soms is het wenselijk dat nabij gelegen gewrichten beperkte of gecontroleerde bewegingen kunnen blijven maken. In dit geval kan er behandeld worden met functioneel verband of een brace.

Er kan tractie toegepast worden om het bot in de goede stand te houden. Hierbij wordt een lichte, gelijkmatige trekkracht op het bot uitgeoefend. In sommige gevallen moet er eerst een tractiebehandeling worden gedaan om vervolgens te kunnen repositioneren.

Soms is een operatie noodzakelijk waarbij door middel van een open reductie en interne fixatie het bot door de (orthopedisch) chirurg moet worden gerepositioneerd en gefixeerd met schroeven en metalen platen.

Bij een externe fixatie worden boven en onder de plaats van de breuk pennen of schroeven in het gebroken bot aangebracht. Deze worden aan een metalen staaf of staven buiten de huid bevestigd. Door middel van deze constructie ontstaat een stabiliserend frame dat het bot op zijn plaats houdt. Deze constructie wordt na een bepaalde periode als het bot gehecht is weer verwijderd.

 

Tijdens de revalidatie na de immobilisatieperiode is het doel om de spieren rondom de fractuur weer in goede conditie te krijgen. Omdat de spieren een periode niet zijn gebruikt neemt de conditie van de spieren snel af. Daarnaast is het belangrijk om de stijfheid van de omliggende gewrichten te verminderen en de functie te verbeteren.

 

Complicaties

Bekende complicaties bij fracturen zijn de kans op het optreden van in- of uitwendige bloedingen in de acute fase. Daarnaast kunnen er letsels aan omliggende organen en een beschadiging van zenuwen, huid of bloedvaten aanwezig zijn.

In een later stadium kunnen omliggende weefsels beschadigd raken ten gevolge van een verminderde bloedtoevoer en infecties. In ernstige gevallen kan het weefsel afsterven (necrose). Daarnaast kan er een drukzweer (decubitus) door de immobilisatie voorkomen en is een infectie van het bot (osteomyelitis) mogelijk.

Als de breuk langdurig moet worden geïmmobiliseerd kan er een bloedpropje in de aderen ontstaan (trombosebeen). Hiernaast is het bekend dat breuken in sommige gevallen niet goed helen en er kan stijfheid in de omliggende gewrichten plaatsvinden.


backgroundbottom
Bronvermelding | Algemene voorwaarden

Dit is een produkt van :
Logo JH Consultancy
© Copyright JH Consultancy 2014, All rights reserved
Webdesign by : FISHTANKMEDIA.NL